De eerste week van de zomervakantie zit erop. Na de laatste week heen en weer fietsen naar school (afscheidscadeautje hier, zomerfeest daar) was ik er ontzettend aan toe. En met de energie die de laatste weken was opgegaan aan onze oudste naar school brengen, waste ik maandagochtend de ramen, lunchte ik met een vriendin, en lukte het zelfs nog om na ons middagdutje met onze kleuter en peuter naar de bosspeeltuin in het Maximapark te fietsen. Ik kon niet meer dan me met grote moeite in het gras laten zakken en met nog meer moeite opstaan, maar was apetrots op onze kinderen die samen de ‘reuze moeilijke’ touwbrug trotseerden.
De terugweg kostte m’n laatste kracht van die dag, en eenmaal thuis kon ik nauwelijks meer lopen, dus wachtte ik op de bank tot Harmen de boel overnam. Mijn buik was al enorm en ik voelde me geen 32 maar eerder 38 weken zwanger. Oorzaak: de enorme en steeds maar groeiende hoeveelheid vruchtwater, die niet wordt weggewerkt omdat Tobias niet drinkt. Mijn baarmoeder is net een enorme ballon vol water, die voortdurend onder spanning staat en zich bij elke stap die ik zet samentrekt. En sinds de laatste woensdag vóór de vakantie had ik het idee dat ik elk moment kon bevallen.
Inmiddels had een vruchtwaterpunctie bevestigd dat Tobias trisomie 18 had en had de kinderarts ons uitgelegd waarom dit 'niet met het leven verenigbaar' is. Kindjes met trisomie 18 missen vaak het signaal vanuit de hersenen om te gaan ademhalen, of dit signaal wordt op een gegeven moment niet meer gegeven. Als Tobias wel ademt zal dat moeilijk gaan omdat hij veel vocht achter zijn longen heeft en hij de helft van zijn hartje mist. Hij krijgt dan morfine zodat hij geen last heeft van benauwdheid. En lukt het om zijn ademhaling stabiel te krijgen, dan is het de vraag of hij gaat drinken, want momenteel lijkt hij dat niet te kunnen.
Direct daarna hadden we een groei-echo en na het gesprek met de gynaecoloog wisten we ook dat de groeicurve van Tobias nóg verder was afgebogen; dat hij vermoedelijk niet groter dan 2000 gram zou worden (zijn broer en zus waren meer dan twee keer zo groot); en dat er inmiddels zoveel vocht achter zijn longen zat dat we er ‘ernstig rekening mee moesten houden' dat hij de bevalling niet overleeft. Los van het feit dat ik grote kans had op een vroeggeboorte door de toenemende hoeveelheid vruchtwater die op mijn vliezen drukte.
We gingen naar huis met het gevoel dat de bevalling elk moment zou kunnen beginnen, en na vijf dagen van rugpijn, bekkenpijn en heel veel harde buiken, dacht ik die maandagmiddag op de bank dat ik zo ongeveer wel klaar was voor de bevalling. Tot ik na twee happen eten ineens ontzettende buikkrampen kreeg. “Ik geloof dat het begonnen is” zei ik tegen mijn man toen ik terugkwam van de wc. “Ik ga even op bed liggen”. Maar eenmaal boven moest ik er niet aan denken om te gaan liggen en pufte ik al rondlopend mijn eerste wee weg. Later zou de gynaecoloog zeggen dat dit geen wee was, maar na twee bevallingen kan ik met recht zeggen dat hij toch echt zo voelde. Behalve dat ik Tobias volop voelde trappelen tegen mijn handen die ik op mijn buik hield, en me niet kon voorstellen dat hij de volgende dag niet meer zou leven. Ik dacht aan de woorden van de verloskundige, dat Tobias zelfs tijdens de bevalling nog zou kunnen draaien en fluisterde tegen mijn buik: “Wij kunnen dit" maar vroeg me tegelijk af hoe ik dit ooit ging overleven. Ik sommeerde Harmen, die al wilde gaan bellen, om vooral te zorgen dat de kinderen snel gingen slapen, en probeerde de komende dagen voor me te zien. Maar al m’n concentratie ging op aan het doorstaan van de pijnscheuten in mijn toch al zo gespannen buik en aan het blijven ademen. Na een warme douche voelde ik alle energie uit m’n benen stromen tot ik begon over te geven. En toen was het over.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten