Vandaag zit de eerste en laatste
maand kinderdagverblijf van onze jongste er alweer op. Na anderhalve week kinderdagverblijf, was hij anderhalve week ziek. En nadat hij vorige
week weer twee dagen is geweest, zit zijn mini-neusje nu weer hélemaal vol en
hebben we besloten hem vandaag toch maar weer thuis te houden. Er is namelijk heel wat nodig om een
baby met verstopte neus te laten drinken of slapen. En geen slabber is groot
genoeg als een niezende baby zijn eerste groente- en fruithapjes krijgt.
Gelukkig heb ik wél veel kunnen
doen in de vijf dagen dat hij wél naar het kinderdagverblijf was, en één van
die dingen is een workshop voorbereiden die ik gisteravond mocht geven. 'Be
real' was het thema van de inspiratie-avond voor jeugdwerkers in de kerk, en ik
mocht de workshop voor peuter- en kleuterleiders verzorgen. "Be real
bij de peuter en kleutergroep. (...) Door: Patricia van Doorn, kinder- en
jeugdpsycholoog, integratief kindertherapeut en moeder van vier prachtige
kinderen." Stond in de flyer. ‘Zo goed?' had de organisator me
gemaild, en ik moet eerlijk bekennen dat ik daar zo lang over heb nagedacht dat
de flyer al gedrukt was voor ik terugmailde. Want be real... ik ben
moeder van víjf kinderen. Maar ik 'moeder' over vier kinderen... Dus wat is dan
‘real’…?
De vraag hoeveel kinderen ik heb, komt vaker voor nu we weer een baby hebben. En hoewel ik me niet meer zo lamgeslagen voel als ik Tobias níet noem, en me ook niet meer zo bibberig voel als ik hem wél noem, blijft het toch een lastige vraag. Als ik naar de Zwanger-fit of Mama-fit ga, zie ik meer op tegen de gesprekjes, dan tegen het sporten. Want wát ik me ook voorneem, er is altijd wel iemand die vraagt de hoeveelste zwangerschap of bevalling dit was. Logisch, want waar praat je anders over met mede-moeders die ook net bevallen zijn… En hoe kort ik ook antwoord, en hoe snel ik ook een vraag terugstel, er komt een moment dat ik er niet meer om heen kan dat de derde niet meer leeft. “Hoe oud zijn ze?” “De oudste is 11, en de jongste 5 maanden”. “Tjonge, lijkt me wel pittig hoor, vijf kinderen…”. “Ja! (...)” “Hoeveel jaar zit er dan steeds tussen?”. Als ik té lang wacht, voelt het bijna als ‘opbiechten’ dat ik er eigenlijk ‘maar’ vier in huis heb.
Gelukkig kon ik er tijdens de workshop een mooie draai aangeven, want ‘be real’, eigenlijk heb ik vijf kinderen, maar zo ‘real’ hoef je als leidsters tegenover peuters en kleuters natuurlijk niet te zijn… Er is geen leeftijd waarop kinderen zo écht zijn, en echt zíjn, als de leeftijd waarin ze voortdurend doen-alsof-spel doen. Wat een mooie paradox, en wat een mooie avond was het gisteren.
Wellicht dat ik daar later nog eens over schrijf, maar nu ga ik weer voor mijn verkouden baby zorgen. En hopen dat de kamer deze keer niet onder de groente- en fruitspetters komt te zitten.

