"Ach wat prachtig", mompelt de man die naast de ingang van de supermarkt zit. "Kijk nou, zet gewoon zijn eigen fiets weg. Keurig zeg, wat een heerlijk jong!". Onze peuter wandelt al zingend van zijn loopfiets richting de ingang van de supermarkt. "Jingle Bells, Jingle Bells, Jingle Bells Rock! Mama, ik ga echt niet in een karretje hoor!" "Nee, jij mag je eigen karretje, maar ik heb ook een grote kar nodig" zeg ik. Eigenlijk heeft hij nooit in zo'n winkelkar kunnen zitten. Hij was nog niet eens één jaar toen hij er al zover uitklom dat ik regelmatig opmerkingen kreeg dat hij er bijna uit viel. Zo ook als ik hem achterop de fiets in een fietsstoeltje zette, en hij zich onderweg uit zijn riempjes wurmde en op zijn kop uit zijn stoeltje hing - alsof hij een fietstas was. Zodra het enigszins kon mocht hij op het zadeltje voorop. Dat gaat stukken beter, al staat hij meer dan dat hij zit.
Tweeëneenhalf is hij inmiddels: de fase van twee is nee, van "zelluf doen" en je eigenheid ontdekkken. "Andersom, lieverd", had ik thuis gezegd na een blik op zijn zelf aangetrokken schoenen. "Nee, want ze zitten al andersom", was zijn antwoord.
"Mama, deze hebben we nodig!" roept hij terwijl hij een zakje geraspte kaas in de lucht steekt, met zijn been de koeling openhoudend, en in zijn andere hand zijn karretje. "Ja, dat klopt, maar máma pakt de boodschappen." reageer ik streng. "Mama, zullen we taart kopen!" roept hij even later met een slagroomstammetje in zijn hand. "Nee, niet zelf pakken, en nee, er is toch niemand jarig?!" zeg ik. "Wél! Ík ben jarig!" roept hij vol overtuiging. "Pas op!" roep ik terwijl ik de taartdoos snel afpak. "Ik doe ook voorzichtig.", zegt hij. En terwijl ik de taart nog wegzet, hoor ik hem alweer roepen: "Mama, help, deze melk valt bijna!". Ik draai me om en zie een 2-liter-melkpak bijna uit zijn handen glijden. "Kom, we gaan naar de kassa!" zeg ik als ik merk dat mijn geduld op begint te raken. Dat laat hij zich geen twee keer zeggen, en hij racet met zijn karretje onder de poortjes van de zelfscan door.
"Nee, dat mag niet, kom, we moeten nog betalen", zeg ik terwijl ik met mijn ene hand mijn grote kar, en met de andere het vlaggetje van zijn kar naar de kassa probeer te sturen. "Nee! Ik wil naar deze kassa!" begint hij nu te schreeuwen, wijzend op de zelfscan. Niet veel later ligt hij op zijn buik op de grond te krijsen, terwijl ik de boodschappen op de band leg, afreken, en alle boodschappen weer inpak. De overige winkelbezoekers lopen keurig om hem heen en knikken me bemoedigend toe. "Het is de leeftijd hè... het is een fase...", zeggen ze begripvol.
Als ik helemaal klaar ben met alles inpakken, peuter ik mijn boze peuter los van de vieze supermarktvloer en probeer uit alle macht zijn spartelende en overstrekkende lijf mee te tillen richting ingang. "Je wilde zo graag naar die andere kassa hè... Maar je krijgt niet altijd wat je wil... Vind je dat zo jammer? Kom, we gaan je loopfiets zoeken. Weet jij nog waar die staat?" probeer ik, maar niets werkt. Ik zet hem neer en kan hem vervolgens nog net grijpen voor hij onder de poortjes van de zelfscan verdwijnt. Buiten zet ik hem weer neer. Minstens tien minuten duurt het voordat zijn boosheid wegebt. En met twee zware boodschappentassen in mijn handen kan ik niets anders dan wachten. Als onze peuter eindelijk in mijn armen valt, voel ik zijn lijfje ontspannen terwijl hij me een hele lange knuffel geeft. "Wat een wereld-moeder... wat een wereld-moeder...", hoor ik de man naast de ingang mompelen.
"Ga je dan nu je loopfiets pakken?" zeg ik. "Ja!" zegt hij, en kordaat pakt hij zijn fietsje en racet de man weer voorbij. "Wacht even! Stoppen bij de weg hè!" roep ik nu lichtelijk in paniek, en ineens staat de man naast mijn peuter: "Ik begrijp je hoor, jongen. Hier heb je een muntje. En je hebt echt een wereldmoeder..."
En weer ben ik sprakeloos. En deze keer is de peuter dat ook. "Wauw, deze is echt heel mooi hè... Dit is echt een mooi muntje..." verzucht hij de hele terugweg. En ik denk alleen maar aan wat ons verder nog te wachten staat met dit uitzonderlijk eigenwijze, autonome en energieke mannetje... "Het is de leeftijd... Het is een fase..." probeer ik mezelf wijs te maken. Maar na 14 jaar moederschap weet ik stiekem wel beter...



