30 januari 2026

Twee is nee²

"Ach wat prachtig", mompelt de man die naast de ingang van de supermarkt zit. "Kijk nou, zet gewoon zijn eigen fiets weg. Keurig zeg, wat een heerlijk jong!". Onze peuter wandelt al zingend van zijn loopfiets richting de ingang van de supermarkt. "Jingle Bells, Jingle Bells, Jingle Bells Rock! Mama, ik ga echt niet in een karretje hoor!" "Nee, jij mag je eigen karretje, maar ik heb ook een grote kar nodig" zeg ik. Eigenlijk heeft hij nooit in zo'n winkelkar kunnen zitten. Hij was nog niet eens één jaar toen hij er al zover uitklom dat ik regelmatig opmerkingen kreeg dat hij er bijna uit viel. Zo ook als ik hem achterop de fiets in een fietsstoeltje zette, en hij zich onderweg uit zijn riempjes wurmde en op zijn kop uit zijn stoeltje hing - alsof hij een fietstas was. Zodra het enigszins kon mocht hij op het zadeltje voorop. Dat gaat stukken beter, al staat hij meer dan dat hij zit. 

Tweeëneenhalf is hij inmiddels: de fase van twee is nee, van "zelluf doen" en je eigenheid ontdekkken. "Andersom, lieverd", had ik thuis gezegd na een blik op zijn zelf aangetrokken schoenen. "Nee, want ze zitten al andersom", was zijn antwoord. 

"Mama, deze hebben we nodig!" roept hij terwijl hij een zakje geraspte kaas in de lucht steekt, met zijn been de koeling openhoudend, en in zijn andere hand zijn karretje. "Ja, dat klopt, maar máma pakt de boodschappen." reageer ik streng. "Mama, zullen we taart kopen!" roept hij even later met een slagroomstammetje in zijn hand. "Nee, niet zelf pakken, en nee, er is toch niemand jarig?!" zeg ik. "Wél! Ík ben jarig!" roept hij vol overtuiging. "Pas op!" roep ik terwijl ik de taartdoos snel afpak. "Ik doe ook voorzichtig.", zegt hij.  En terwijl ik de taart nog wegzet, hoor ik hem alweer roepen: "Mama, help, deze melk valt bijna!". Ik draai me om en zie een 2-liter-melkpak bijna uit zijn handen glijden. "Kom, we gaan naar de kassa!" zeg ik als ik merk dat mijn geduld op begint te raken. Dat laat hij zich geen twee keer zeggen, en hij racet met zijn karretje onder de poortjes van de zelfscan door. 

"Nee, dat mag niet, kom, we moeten nog betalen", zeg ik terwijl ik met mijn ene hand mijn grote kar, en met de andere het vlaggetje van zijn kar naar de kassa probeer te sturen. "Nee! Ik wil naar deze kassa!" begint hij nu te schreeuwen, wijzend op de zelfscan. Niet veel later ligt hij op zijn buik op de grond te krijsen, terwijl ik de boodschappen op de band leg, afreken, en alle boodschappen weer inpak. De overige winkelbezoekers lopen keurig om hem heen en knikken me bemoedigend toe. "Het is de leeftijd hè... het is een fase...", zeggen ze begripvol. 

Als ik helemaal klaar ben met alles inpakken, peuter ik mijn boze peuter los van de vieze supermarktvloer en probeer uit alle macht zijn spartelende en overstrekkende lijf mee te tillen richting ingang. "Je wilde zo graag naar die andere kassa hè... Maar je krijgt niet altijd wat je wil... Vind je dat zo jammer? Kom, we gaan je loopfiets zoeken. Weet jij nog waar die staat?" probeer ik, maar niets werkt. Ik zet hem neer en kan hem vervolgens nog net grijpen voor hij onder de poortjes van de zelfscan verdwijnt. Buiten zet ik hem weer neer. Minstens tien minuten duurt het voordat zijn boosheid wegebt. En met twee zware boodschappentassen in mijn handen kan ik niets anders dan wachten. Als onze peuter eindelijk in mijn armen valt, voel ik zijn lijfje ontspannen terwijl hij me een hele lange knuffel geeft. "Wat een wereld-moeder... wat een wereld-moeder...", hoor ik de man naast de ingang mompelen.  

"Ga je dan nu je loopfiets pakken?" zeg ik. "Ja!" zegt hij, en kordaat pakt hij zijn fietsje en racet de man weer voorbij. "Wacht even! Stoppen bij de weg hè!" roep ik nu lichtelijk in paniek, en ineens staat de man naast mijn peuter: "Ik begrijp je hoor, jongen. Hier heb je een muntje. En je hebt echt een wereldmoeder..." 

En weer ben ik sprakeloos. En deze keer is de peuter dat ook. "Wauw, deze is echt heel mooi hè... Dit is echt een mooi muntje..." verzucht hij de hele terugweg. En ik denk alleen maar aan wat ons verder nog te wachten staat met dit uitzonderlijk eigenwijze, autonome en energieke mannetje... "Het is de leeftijd... Het is een fase..." probeer ik mezelf wijs te maken. Maar na 14 jaar moederschap weet ik stiekem wel beter... 

03 september 2025

"In de Florian"

Niets is zo mooi als de wereld ontdekken door de ogen van je kind. En weinig zo leuk als de taal-ontwikkeling van een peuter, want die geeft daar de allermooiste inkijkjes in. Foutjes die eigenlijk te mooi zijn om te verbeteren. Zo noemde onze dochter een verrekijker een "verderkijker". Onze oudste hield veel van "duo genotti". En onze peuter zingt al sinds zijn tweede verjaardag "In de Florian!" in plaats van "In de gloria!". Ik ben benieuwd wanneer hij ontdekt dat "Lang zal ze leven" níet alleen over hem gaat. 

Als hij kip op zijn boterham wil, vraagt hij om 'tok', en ook dat vinden we eigenlijk te grappig om te verbeteren. Zeker ik, als vegetariër, vind het belangrijk dat onze kinderen weten wat ze eten. De puberzoon vindt het prachtig, en vraagt hem geregeld of hij nog een plakje tok wil. Dus toen diezelfde zoon laatst kippenboutjes had geregeld voor het avondeten - en keurig voor mama en zijn zusje een vegetarische schnitzel - riep onze peuter wel 100 keer: "Mag ik meer tok?!".

"Eigenlijk," zei ik, "moeten we hem dit wel gaan afleren hoor... Ik bedoel: een hamburger noem je toch ook niet een 'moeh'?" De puber riep: "Sta je in de kantine: 'Mag ik een tosti grrr-kaas?!'", waarbij hij knorrend een varkensgeluid maakte. "Of een IA -biefstuk" riep ik lachend. "Haha, een Ieh!Ah!-biefstuk!" herhaalde onze zoon van zes een paar keer. "Of een iehiehie-frikandel!" riep zijn zusje. De hilariteit was comleet, en de peuter had ondertussen zijn 'tok' zo hard naar binnen geschrokt, dat hij een harde boer liet. 

"Oeps!" riep hij, "Ik liet een pardon-tje!".

22 mei 2024

Schoolreisje

"Hij zit achterin!" roept mijn man. En ja hoor, als ik helemaal naar de achterkant van de bus loop en door de geblindeerde ramen tuur, kan ik toch nog het gele jasje van onze kleuter ontwaren. Aan zijn gezwaai te zien, ziet hij ons ook. Met mijn ene arm zwaai ik terug, en op mijn andere arm heeft onze baby alleen maar oog voor zijn oudste broer. Die staat namelijk op het balkon van school, achter mij, trots te lachen naar zijn lachende, zwaaiende en 'de wielen van de bus gebarende' babybroertje. 

Groep 8 blijft op school vandaag. Vanmorgen realiseerde ik me ineens dat dit de eerste van vele basisschool-activiteiten is die zonder de oudste zullen zijn. Schoolreisje, surprises, kerstdiner, paasontbijt... Het einde van een tijdperk voor hem, maar vooral ook het begin van een nieuw tijdperk. 

Over twee weken gaat hij op groep-8-kamp. Op de fiets naar een camping, waar hij met een klasgenootje zijn eigen tent mag opzetten, en vervolgens in een groepje van vier budget krijgt om zijn eigen avond eten te verzorgen. De voorbereidingen zijn al in volle gang: samen bedenken wat ze welke avond gaan eten, wie het gasstelletje meeneemt, en wie de pannen, borden, bekers... Eten van huis meenemen is verboden, evenals je telefoon. Voor hem een mooie les in samenwerken, plannen, zelfstandigheid. En voor ons de zoveelste les 'loslaten'...

Bij de oudste zijn al die 'eerste keren' het aller moeilijkst, realiseer ik me, want de bus met onze kleuter uitzwaaien voelt toch al een stuk minder emotioneel dan toen de oudste voor het eerst op schoolreis ging. Kletsend met een andere moeder loop ik richting mijn fiets als een vader van groep 6 me tegemoet komt. "OHJA!" roep ik uit. "Mijn dochter moet ik ook nog uitzwaaien!". 

Zo zie je maar, loslaten wordt steeds een beetje makkelijker :). 

31 oktober 2023

Be real...

Vandaag zit de eerste en laatste maand kinderdagverblijf van onze jongste er alweer op. Na anderhalve week kinderdagverblijf, was hij anderhalve week ziek. En nadat hij vorige week weer twee dagen is geweest, zit zijn mini-neusje nu weer hélemaal vol en hebben we besloten hem vandaag toch maar weer thuis  te houden. Er is namelijk heel wat nodig om een baby met verstopte neus te laten drinken of slapen. En geen slabber is groot genoeg als een niezende baby zijn eerste groente- en fruithapjes krijgt.

Gelukkig heb ik wél veel kunnen doen in de vijf dagen dat hij wél naar het kinderdagverblijf was, en één van die dingen is een workshop voorbereiden die ik gisteravond mocht geven. 'Be real' was het thema van de inspiratie-avond voor jeugdwerkers in de kerk, en ik mocht de workshop voor peuter- en kleuterleiders verzorgen. "Be real bij de peuter en kleutergroep. (...) Door: Patricia van Doorn, kinder- en jeugdpsycholoog, integratief kindertherapeut en moeder van vier prachtige kinderen." Stond in de flyer. ‘Zo goed?' had de organisator me gemaild, en ik moet eerlijk bekennen dat ik daar zo lang over heb nagedacht dat de flyer al gedrukt was voor ik terugmailde. Want be real... ik ben moeder van víjf kinderen. Maar ik 'moeder' over vier kinderen... Dus wat is dan ‘real’…?

De vraag hoeveel kinderen ik heb, komt vaker voor nu we weer een baby hebben. En hoewel ik me niet meer zo lamgeslagen voel als ik Tobias níet noem, en me ook niet meer zo bibberig voel als ik hem wél noem, blijft het toch een lastige vraag. Als ik naar de Zwanger-fit of Mama-fit ga, zie ik meer op tegen de gesprekjes, dan tegen het sporten. Want wát ik me ook voorneem, er is altijd wel iemand die vraagt de hoeveelste zwangerschap of bevalling dit was. Logisch, want waar praat je anders over met mede-moeders die ook net bevallen zijn… En hoe kort ik ook antwoord, en hoe snel ik ook een vraag terugstel, er komt een moment dat ik er niet meer om heen kan dat de derde niet meer leeft. “Hoe oud zijn ze?” “De oudste is 11, en de jongste 5 maanden”. “Tjonge, lijkt me wel pittig hoor, vijf kinderen…”. “Ja! (...)” “Hoeveel jaar zit er dan steeds tussen?”. Als ik té lang wacht, voelt het bijna als ‘opbiechten’ dat ik er eigenlijk ‘maar’ vier in huis heb.

Gelukkig kon ik er tijdens de workshop een mooie draai aangeven, want ‘be real’, eigenlijk heb ik vijf kinderen, maar zo ‘real’ hoef je als leidsters tegenover peuters en kleuters natuurlijk niet te zijn… Er is geen leeftijd waarop kinderen zo écht zijn, en echt zíjn, als de leeftijd waarin ze voortdurend doen-alsof-spel doen. Wat een mooie paradox, en wat een mooie avond was het gisteren.

Wellicht dat ik daar later nog eens over schrijf, maar nu ga ik weer voor mijn verkouden baby zorgen. En hopen dat de kamer deze keer niet onder de groente- en fruitspetters komt te zitten. 





24 oktober 2023

Leren lezen

"Mama, mama! We hebben vandaag de letter 'buh' geleerd!!" komt onze kleuter naar me toe gerend, zijn handen zoals gebruikelijk vol tekeningen. "De buh van boek, en bank, en bal...". Onderweg naar huis bedenken we geregeld wat hij allemaal mee naar school kan nemen voor op de lettertafel. "Een boterham! En boter!" "Maar wel die van plastic hè, anders wordt ie beschimmeld, hihi." Even later vraagt hij: "Mama, wat is de 'buh'maar dan andersom?" Ik volg zijn blik naar een geel informatiebord en roep uit: "De 'duh'! "De andersom is de d!". En van binnen doe ik een vreugdedansje over de jaren van pijn en moeite die hem bespaard zullen blijven omdat hij wél de letters 'plat' ziet. Even later klinkt van voorop de fiets ineens: "De letter Bee! De letter Bee is met de buh! Hoor maar: 'buh, ee'. Zal ik de letter B mee naar school nemen?!" 

Zo opgelucht als ik ben dat het leren lezen en schrijven bij 'de kleuter' vanzelf lijkt te gaan - zo tróts ben ik op onze oudste, die er vier jaar langer over deed om de 'b' en 'd' van elkaar te onderscheiden. Want hoe meer moeite je ergens voor hebt gedaan, hoe meer je jezelf op je schouders mag kloppen als het lukt. Onze oudste hield niet van tekenen, niet van schrijven, en zeker niet van lezen. Veel liever speelde hij buiten, bouwde met de Lego, of bestudeerde hoe de wereld er ondersteboven uit zag. Niks mis mee, vonden wij, maar in groep 3 begon het toch wel problematisch te worden dat hij geen enkele interne motivatie had om te leren lezen. Het liefst raadde hij wat er stond, en áls hij probeerde te lezen haalde hij vaak de 'd' en 'b' door elkaar. Rekenen kon hij als de beste, zo lang hij geen verhaaltjes hoefde te lezen of tussenstapjes hoefde op te schrijven. School is geen leuke plek als je 'anders' leert. 

Vanaf groep 4 wordt het pas écht ingewikkeld als lezen nog niet goed lukt, zo merkten we al gauw, want bij elk vak wordt dan verwacht dat lezen al lukt. School drong aan op een onderzoek, en 'Ernstige enkelvoudige dyslexie' werd vastgesteld. Een intensief traject 'Leren Lukt' volgde. Mét resultaat, want in groep 5 lukte het eindelijk om - met hulp van een stappenplan - min of meer foutloos te spellen, en zelfs de 'd' en de 'b' van elkaar te onderscheiden. Kinderen met dyselxie worden ook wel 'beelddenkers' genoemd, en hebben vaak een uitstekend ruimtelijk inzicht. Heb jij je weleens gerealiseerd dat de letters 'd' en 'b' in feite één en dezelfde letter is als je hem in 3D bekijkt? Onze beelddenker heeft mij dan ook al meer dan eens geholpen de weg te vinden. 

Ik zelf ben duidelijk géén beelddenker. Sterker nog, mijn hobbies waren als kind al 'lezen' en 'schrijven', en ik raak ronduit in paniek van de woorden 'GPS-signaal verloren' ;). Ik kan me nog goed herinneren dat ik in de kleuterklas zat, en een hele bladzijde letters overschreef. Over tekende eigenlijk, want ik had geen idee welke klank bij welke letter hoorde. "Ik kan niet wáchten tot ik in groep 3 zit", zei ik toen ik zes was, "want als ik kan lezen, hoef ik me nooit meer te vervelen!" Het moet begin groep 3 zijn geweest dat ik mijn eerste 'Botje-boekje' probeerde te ontcijferen. "Mama, wat is de u en de i bij elkaar?" "Mama, hoe zeg je de o en de e?" Soms wou ik dat ik in deze tijd klein was geweest... 

Want kleuters - zo ontdekte ik eigenlijk pas toen onze dochter naar school ging - leren vanaf het moment dat ze vier worden klanken en letters aan elkaar koppelen, door middel van 'de letter van de week'. De 'oe' 'oo' en 'ui' worden ook als één letter aangeleerd, en waag het niet om de 'ò' een 'oo' te noemen, of de 'puh' een 'pee', want dan snap je er helemaal niks van volgens je kleuter. Die fonetische uitspraak, maakt dat kleuters al zodra ze eraan toe zijn, kunnen leren 'hakken' en 'plakken'. 

Als ik sta te koken komt onze kleuter naar me toe. "Mama, wat staat hier?" Ik kijk naar de tekening in zijn hand. Zoals ik van hem gewend ben, is het blad van voor en achter vol getekend met onderdelen van ons huis. Niet alleen 'de letter van de week', ook het thema 'bij ons thuis' wordt met beide armen omarmd door onze leergierige kleuter. Maar deze keer prijken er boven de keuken en naast de trap vier grote rode letters op het papier. "Poep!" lees ik hardop.

"Ja!", roept de kleuter verrast, een mengeling van verwondering en trots op zijn gezicht. "puh, oe, puh. poep! Kan je dat lezen?!" 
"Ja, dat kan ik zeker lezen! Heb je dat zélf geschreven?", vraag ik.
"Ja!"
"Van wie heb je dat geleerd?"
"Van mezelf..."
"Maar hoe wist je dan...?"
"Gewoon hakken en plakken."

Ik realiseer me dat dit zijn allereerste zelfstandig geschreven woordje is, en grinnik bij het idee dat hij 'poep' als eerste woordje heeft gekozen. Daarin lijkt hij dan weer precíes op zijn grote broer. 

17 oktober 2023

Om geen moment te missen...


10 mei 2023

Langzaam word ik me bewust van een huiltje... En langzaam voel ik de opluchting, verwondering, trots en euforie door mijn aderen stromen. Gevoelens van vreugde die ik tot in elke vezel van mijn pijnlijke lijf voel. Het is voorbij! De zwangerschap, het lange wachten, de bevalling, de angst... Hij is er! Hij leeft!

Ik realiseer me dat dit het mooiste moment van mijn leven moet zijn. Veroorzaakt door een baby-huiltje. Een teken van leven van de baby waar ik zó naar heb uitgekeken. Ein-de-lijk is hij er. Na jarenlange twijfel over het wel of niet nog een zwangerschap aandurven. De verwachte ellende van het eerste trimester. De onverwachte ellende van het tweede trimester. En het lange en zware derde trimester, waarin onze baby tot 2 dagen voor de uitgerekende datum bleef draaien van stuit naar dwars en weer goed, en dan weer naar stuit... Om vervolgens tot bijna twee weken ná de uitgerekende datum 'goed' te blijven liggen. Met zijn hoofdje op mijn blaas en zijn billen tegen mijn voortdurend opspelende maag, 'enkel' nog draaiend om zijn as. 

Tot het laatste moment wist hij de verloskundigen te overtuigen dat hij niet zo groot kon zijn, omdat hij klaarblijkelijk nog 'alle ruimte had' - hoe kon hij anders nog zo beweeglijk zijn. Dat dat bewegen in mijn opinie ook helemaal niet kón, maar dat zoonlief daar blijkbaar anders over dacht en bijzonder veel kracht (en energie) leek te hebben, ten spijt. Ik moet eerlijk bekennen dat het als een grote erkenning voelde dat hij maar liefst 4520 gram woog bij de geboorte. 

En dat hij daardoor een nachtje in het ziekenhuis moest blijven, is de reden dat ik nog heel even alleen mag zijn met dit prachtige wonder. En het gevoel dat alles precies is zoals het bedoeld is te zijn... Het besef dat er weer een 'mooiste week van mijn leven' voor me ligt, en dat alle pijn en moeite van de afgelopen maanden nú al meer dan de moeite waard zijn geweest. 'Dit is waarvoor ik gemaakt ben' - zal het die eerste weken nog regelmatig door mijn hoofd schieten. 


17 oktober 2023

En zomaar ineens zijn er alweer ruim vijf maanden voorbij... Vijf maanden waarin de (pre)puberzoon zich ontpopte tot de allerliefste grote broer allertijden... Die tussen het gamen, muziek luisteren en coole foto's van zichzelf en zijn broertje maken door, tijd maakt om luiers te verschonen en alles uit de kast haalt om hem te laten lachen... Vijf maanden waarin de 9-jarige zus zich maar blijft verwonderen over hoeveel schattiger onze baby is dan alle andere baby's die ze ziet... en waarin regelmatig een vriendinnetje haar en mij toevertrouwt dat zij ook wel een babybroertje of -zusje zou willen... maar dat mama heeft gezegd dat ze daar veel te oud voor is. Vijf maanden waarin onze kleuter zich heeft ontwikkeld van (al 4,5 jaar) 'de jongste', naar een heuse grote broer. En vijf maanden waarin onze kleinste spruit zijn geboortegewicht al meer dan verdubbelde.

Aan knuffels en aandacht in ieder geval geen gebrek, en ook herrie is hem niet vreemd. Zo merkten ze ook op het kinderdagverblijf, waar hij een paar bijzonder leuke dagen beleefde. Voor mij waren die dagen alleen een stuk minder leuk... Want los van dat ik mezelf nog altijd super gelukkig prijs met mijn eigen praktijk aan huis, wil ik eigenlijk gewoon geen moment missen van deze laatste keer de eerste jaren van een mensenleven mogen beleven... Ik heb gemerkt dat de rust die ik nu heb ons gezin goed doet, en heb ook ervaren hoeveel impact mijn werkstress kan hebben op ons gezin. En dus heb ik besloten om de opvang weer op te zeggen, en niet meer dan een paar cliënten per week te plannen. Wat een luxe dat dat nu kan! 

Voorlopig ben ik dus vooral druk met schakelen tussen borstvoeding geven en middelbare scholen uitzoeken, filmavondjes en gebroken nachten,  eerste hapjes en hockeytrainingen, balletlessen en vieze luiers... En misschien, als het lukt, ga ik ook af en toe weer eens een blog schrijven... Over al die mooie, leuke, gekke en grappige momenten die we samen meemaken. 

23 januari 2019

Hij leeft!

Zes weken is ons vierde kindje alweer! Zeker zes blogs schreef ik dan ook al in gedachten, maar ze op papier zetten leek bijna onmogelijk tussen alle voedingen, badjes, wasjes, kraamvisites, inhaal-slaapjes en feestdagen door. Op mijn nagels prijken nog altijd restjes glitternagellak van een moeder-dochter-momentje in de kerstvakantie, en de tafel ligt nog vol spelletjes, voetbalkaartjes, en tekeningen van gisterenmiddag. Zo langzaam als de laatste dagen van mijn zwangerschap gingen, zo snel gaan de dagen nu. En nu ik dan eindelijk achter de laptop zit – baby in de draagzak – weet ik gewoon niet waar ik moet beginnen…

Bij het eindeloos lange wachten op de bevalling, die zich wekenlang ‘elk moment’ kon aandienen? Bij de ontspannende en bevrijdende voetreflexmassage, op de avond waarop ik 41.5 weken zwanger was? Bij de woorden "Laten we maar blijven, want bij een vierde weet je nooit hoe snel het gaat”, die de verloskundige later die avond uitsprak. Of enkele uren later, toen ik snakkend naar een manier om de weeën wat draaglijker te maken, op haar advies op mijn andere zij probeerde te draaien?

Mijn lichaam leek door alle natuurgeweld te zijn vergeten hoe dat moest, maar eenmaal omgedraaid veranderde de eerst volgende wee in persdrang. En met een alles-overweldigende oerkracht leek mijn lichaam het van me over te nemen. In één superlange niet-te-stoppen perswee werd het warme babylijfje naar buiten geduwd. Ik kon niet anders dan persen, persen, en nog eens persen, en terwijl ik de rest van de kamer volledig buitensloot perste ik alsof mijn leven ervan afhing, tot het hele lichaampje eruit was. En toen begon ik te huilen. Van de pijn… Van de opluchting… Van de afgelopen twee lange jaren… De herinnering aan Tobias... “Kijk eens! Daar is hij!” hoorde ik de verloskundige zeggen, en door mijn tranen heen zag ik ons vierde kindje naar me toe komen. Open oogjes, huilend, levend! “Hij leeft!” huilde ik. “Hij leeft, Harmen, zie je dat?! Hij leeft!”

Slechts met de grootste moeite lukte het om mezelf voldoende tot bedaren te brengen om het nog harder huilende baby'tje op mijn borst te kunnen troosten. Verwonderd zag ik hoe hij me aankeek, hoe hij rustig werd van mijn stem, begon te zoeken, begon te drinken, en poepte in de doeken waarin hij gewikkeld was. Toen hij ook nog met een boogje op Harmen plaste, constateerden we lachend: “Hij doet het!” “Nu ben ik zo nieuwsgierig hè..." zei de verloskundige die niet alleen tijdens de zwangerschap en bevalling van Tobias, maar ook in de afgelopen negen maanden onze rots in de branding was geweest. "Hoe gaan jullie hem noemen?” Ik wisselde nog een blik met Harmen, en noemde de naam die we niet alleen prachtig vonden, maar die ook 'daadkracht' betekende.

Hoewel ik me had voorbereid op een week vol pijnlijke herinneringen en dubbele emoties, was de kraamweek één roze wolk. We hadden dezelfde kraamverzorgende als in de week dat Tobias* bij ons was. Zij wist als geen ander dat dit ons vierde kindje, mijn vierde bevalling en vierde kraambed was. Voor háar hoorde Tobias net zo vanzelfsprekend bij ons gezin, als voor ons, en juist dat gaf ruimte om volop van deze baby te kunnen genieten. Wat was het heerlijk om nu een levend baby’tje te hebben. Steeds weer dat huiltje te horen, zijn bewegende gezichtje te bestuderen, hem in bad te mogen doen...

Herinneringen waren er zeker, maar dan vooral aan de kraamweken van onze oudste twee kinderen. Het was alsof we eindelijk de overkant hadden bereikt van het diepe en donkere ravijn waar we anderhalf jaar geleden in waren getuimeld. En daarmee ook weer zicht hadden op de overkant; de tijd van vóór die alles veranderende 20-weken-echo. Terwijl ik mijn jongste zoontje bestudeerde herinnerde me hoe ik bij onze oudste had uitgekeken naar elke mijlpaal, en genoot ik des te meer van dit oh zo prille begin dat zó snel voorbij gaat. Ik herinnerde me de stress die ik had gevoeld als onze dochter huilde, en realiseerde me hoe enorm ik genoot van de pasgeboren-baby-huiltjes, na de oorverdovende stilte van Tobias. En hoe wonderlijk het was dat hij rustig werd van mijn stem of hartslag. Natuurlijk waren er ook naweeën, vreselijke spierpijn en ontzettende stuwing, maar zelfs dat viel mee vergeleken bij de eerste drie kraamweken. En met de beste kraamverzorgende die je je kan wensen vloog de kraamweek voorbij.

De gezichten van onze oudste twee bij het zien van hun broertje, zal ik nooit vergeten. Natuurlijk misten we Tobias deze week. Maar toen de kinderen ook de tweede ochtend hun broertje kwamen bewonderen in ons grote bed, zei onze oudste zoon ineens: "Nu zijn we voortaan met zijn zessen... Want Tobias is er ook bij... Maar dan zoals de wind." Mooier had hij het niet kunnen zeggen.

Foto: Inge Bird van http://bybirdy.photography/